HET ACHTERUITPOORTJE

Indien de browser vraagt of je de geblokkeerde inhoud van deze pagina wilt toestaan, accepteer die dan, dat is nodig op de Windows Media Player plugin te kunnen starten

 

 

Een achteruitpoortje is een beetje ouderwets maar soms nog wel handig, bij snelle stroming of twee poortjes op gelijke hoogte.

Een van de moeilijkste dingen bij een goed achteruit poortje is het kijken, maar wanneer je je ogen op de binnenste paal blijft richten kan het eigenlijk al niet meer fout.

De aanvaart is schuin naar het poortje toe zoals bij het oppoortje, je komt nu echter net voor het poortje uit. Vlak voor het poortje maak je een GOEDE boogslag, zodat je boot al voor een derde gedraaid is. Terwijl je ruggelings de binnenste paal passeert zet je je peddel achter in voor de duwslag en draai je vliegensvlug je hoofd weer richting de binnenste paal. Zo houd je de tijd dat je het poortje niet ziet zo kort mogelijk. Nadat je het poortje gepasseerd bent, breng je je peddel naar buiten om het laatste stukje van de draaiiing met een duffecslag te volbrengen. Deze duffecslag moet je pas aantrekken als je boot in de richting ligt waar je naar toe wilt, om zo ook de draaiing te stoppen en weer vooruit te gaan.

Veel gemaakte fouten zijn:

  • Te recht aan komen varen: De draaiing lukt niet volledig.
  • Slechte boogslag: De draaiing lukt niet goed.
  • Slechte duwslag: De draaiing lukt niet goed.
  • Niet goed kijken Met je rug de binnenste paal aanraken, of met je peddel de buitenste.
  • Te vroeg voor het poortje draaien, er moet een achteruit vaar fase ingelast worden, de draaiing moet daarna weer opnieuw aangezet worden (zo ging het vroeger, tot 1975!)

    Gevorderde technieken:

    Er zijn niet zoveel gevorderde technieken voor achteruitpoortjes, omdat ze echt niet meer zo vaak voorkomen nu de boten zo gemakkelijk draaien en de parcoursen zo snel en makkelijk zijn geworden.